zaterdag 11 augustus 2007

frère Patrick

Bonjour tout le monde,

Vandaag beloofde het eigenlijk een beetje een saaie dag te worden. Er was niet echt iets gepland en Prince die beloofd had te bellen, belde ook niet. Tot deze namiddag Patrick met zijn Toyotabusje langskwam. Patrick is een pater (met een enorme spleet tussen zijn voorste tanden trouwens) die we tegengekomen zijn op de vlucht hier naar Lubumbashi. Hij had ons toen beloofd om eens langs te komen hier op de guest. Een pater houdt zijn woord dus vanmiddag is Patrick ons komen opzoeken.
Toevallig had ik al contact gehad met pater Marcel Verhulst. Dat is een pater van de orde van de Salesianen (Don Bosco). Pater Marcel zit hier al 26 jaar in Lubumbashi en is afkomstig uit Bellegem; een dorpsgenoot met andere woorden.
Hij was vrij deze middag dus was het een uitgelezen kans om hem eens op te zoeken. En omdat Patrick nog les gehad heeft van Marcel hebben we besloten om daarheen te gaan.

Op Salama heeft Marcel ons de secundaire technische school laten zien. In feite is dit een staatsschool die op het einde van de koloniale periode aan de orde van de salesianen geschonken is. Dankzij deze schenking is de school bewaard gebleven van plunderingen en is ze nu nog in goede staat en kunnen leerlingen er een beroep leren.
Naast de school ligt Safina. Dat is het cultureel centrum van de school. Er zijn daar werkgroepen opgericht die culturele activiteiten organiseren. Van zang tot toneel over muziek, …. Een ideale bezigheid voor de jeugd daar maw.
We hebben beloofd aan pater Marcel dat we nog eens zullen op bezoek komen. We zitten hier tenslotte 3 maanden en als je dan Vlamingen vindt moet je die contacten onderhouden he.

Van daar hebben we vanuit het busje de Centre-Ville verkend en zijn we naar de ‘quartier du Golf’ gereden. Hier hebben we voor het eerst het enorme contrast kunnen meemaken tussen de rijke klasse en de straatarme klasse.
We passeerden eerst een wijk waar de huisjes enorm klein en bouwvallig waren. Grote armoede troef, zeg maar de sloppenwijk.
Vlak ernaast ligt een soort van loungebar langs een kunstmatig meertje waar het rijk volk een pintje komt drinken terwijl ze genieten van de zon die ondergaat in het meer. Een heel mooie plaats, ware het niet dat de armoede zo dichtbij ligt.
Nog geen 500m daarvandaan ligt dan het chicste hotel van Lubumbashi, aan de andere kant van het meertje. Ze gaan daar nu ook een kunstmatig strand aanleggen, allemaal voor de rijke klasse. Want aan dat hotel grenst de rijkste wijk van Lubumbashi. Daar ligt onder andere ook een van de huizen van ex-dictator Mubutu.
Met andere woorden, enorm rijk en enorm arm op nog geen kilometer van elkaar. Heel bizar allemaal.

Deze avond is Bazil, een assistent aan de unief die doctoreert op bodemanalyses, een klappeke komen doen.
Hij heeft een beetje de situatie geschetst van de problematiek van de landbouw hier in de streek.
Tijdens de koloniale tijd, toen Congo nog Belgisch Kongo heette, waren hier bloeiende landbouwbedrijven aanwezig met grote plantages,…. Rendabele landbouwbedrijven. Na de kolonisatie zijn de mensen uit de omliggende dorpjes massaal naar de steden getrokken omdat men dacht hier het grote geluk te vinden en om gemakkelijk geld te verdienen. De huizen waarin de Belgen woonden kwamen immers vrij te staan en dus was er woongelegenheid genoeg. Door hier in de stad te werken kreeg men na enkele weken al direct geld in zijn handen. Op het platteland was dat even anders want daar kwamen de inkomsten pas na de oogst binnen en was de som afhankelijk van de opbrengst.
Op die manier zijn praktisch alle bloeiende landbouwbedrijven teloor gegaan en werd hier in de Katangastreek heel weinig aan landbouw gedaan.
Vandaag de dag komen bananen, appelsienen, verse melk(uit dozen welteverstaan), vlees… allemaal uit Zambia en Zuid-Afrika. Zambia ligt slechts op 30 km van Lubumbashi terwijl de Katangastreek in feite even geschikt is om aan landbouw te doen.
Volgens Bazil is er gewoon een mentaliteitswijziging nodig om het rijk volk hier te laten inzien dat grote plantages hier ook heel rendabel zijn. Men hoopt hier dat deze rijke mensen gaan investeren in landbouw en minder in industrie. Op die manier kunnen de Congolezen meer in hun eigen behoeften voldoen, moeten ze minder importeren en kan de economische toestand hier stilaan verbeteren.
Het zijn allemaal mooie woorden maar helaas is het niet zo eenvoudig als het wordt voorgesteld. Er is nog een lange weg te gaan…

Hopelijk zal ik tijdens het verblijf hier de situatie meer kunnen inschatten en begrijpen. Ik hoop dat ik Bazil zijn uitleg een beetje correct heb weergegeven maar ik denk van wel. Aanvullingen komen vast en zeker later on line!

Bij onze buren is momenteel een feest aan de gang en ik kan u zeggen (om het met Raymond van het Groenewoud zijn woorden te zeggen), het ging vooruit, het ging vooruit, het ging verbazend goed vooruit.
Opzwepende Afrikaanse muziek, gedans, … Ik hoop dat ik in slaap geraak deze nacht..

Tot morgen!

Geen opmerkingen: